Van sigarenzaak tot prof pokeraar
Van sigarenzaak tot prof pokeraar
Wat doen voetballers na hun carrière? Tegenwoordig is dat een vraag, vroeger was het een open deur. Kluun beschreef het al eens in zijn column ‘een echte Ajacied’: je bleef in de Meer voetballen totdat je verhuisde naar een sigarenwinkel. Bennie Muller had een sigarenzaak die zijn naam ook nog bleef dragen nadat hij het verkocht had. Echter een nieuwe eigenaar zonder enig historisch besef besloot het te hernoemen naar Tito….. hoe verzin je het. Ook Sjaak Swart had een sigarenmagazijn, de naam: Ajax. Dat zou tegenwoordig niet meer kunnen waarschijnlijk: het merk Ajax kan niet aan een andere onderneming gehangen worden. Sigarenwinkels zijn uit, tegenwoordig gaan voetballers pokeren na hun carrière.

Nu moet je al van goeden huize komen als je het inkomen van topvoetballer wilt evenaren. De Nederlander Jorryt van Hoof lukte dit vorig jaar trouwens wel: zijn derde plaats in het wereldkampioenschap poker leverde hem drie miljoen euro op.
Een voetballer die het uitstekend doet is Teddy Sheringham, oud-speler van onder andere Tottenham Hotspur en Manchester United. Hij werd in Frankrijk een paar jaar geleden vijfde in een pokertoernooi voor drieënnegentig duizend euro. In totaal heeft hij al meer dan driehonderdduizend euro bij elkaar gespeeld. De Braziliaan en tweevoudig wereldkampioen Ronaldo heeft inmiddels een sponsorcontract binnen en won ook al een groot bedrag met pokeren op de Bahama’s. Maar behalve voetballers zijn het ook andere topsporters die graag pokeren. Ook Rafa Nadal pokert graag tussen de tennistoernooien door. Het is natuurlijk een heel verschil: fysieke topsport of een denksport als poker, waarschijnlijk is het competitieve element de bindende factor.

Hoe zit het dan met de Nederlandse voetballers? Of zitten die allemaal met een koptelefoon op achter hun gameconsole? Richard Witschge kiest dan toch voor de pokertafel. De Ajacied die de Amsterdamse handen op elkaar kreeg door in de Kuip al sprintend de bal 9 keer hoog te houden in de met 4-0 gewonnen wedstrijd, is als eerste natuurlijk individueel techniektrainer bij Ajax. Logisch gezien het voorbeeld gegeven in de vorige zin: techniek had en heeft hij zeker. Maar in het jaarlijkse belangrijkste pokertoernooi van Nederland de Master Classics of Poker zette hij ook een prima prestatie neer. Richard haalde de finaletafel en werd zevende waarmee hij vijfenveertig duizend euro verdiende. Als hij gevraagd wordt naar wie hem pokeren heeft geleerd is het antwoord niet zo verrassend: de De Boertjes. In hetzelfde toernooi speelden ook andere Ajacieden mee: Ronald de Boer, Regi Blinker en Aron Winter.
Van voetbalster naar Poker Stars: het is een weg die door diverse voetballers geambieerd wordt. Olympisch hockeykampioen Fatima Moreira de Melo heeft dat al voor elkaar en speelt in bijna elk groot pokertoernooi dat er gehouden wordt in Europa. Zij heeft een vergelijkbaar sponsorcontract als Ronaldo. Ook haar vriend Raemon Sluiter legt overigens geregeld een kaartje, al geeft hij aan het puur voor de lol te doen en niet zo goed is als ‘Faat’.
Welke Ajacieden uit de huidige selectie de stap naar poker zouden kunnen maken is lastig te zeggen. Misschien Jasper Cillessen, hij werd door oud top-keepers omschreven als ijskonijn: dat lijkt ons een prima voorwaarde om een goede pokerface op te kunnen zetten.
